“Ik verzoek den luisteraars, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.”

Met deze geruststellende woorden sloot de minister-president Colijn zijn praatje voor de radio. Het is 1936, Nederland bevindt zich op het dieptepunt van de crisis. In Duitsland slaat het fascisme steeds harder op de trommel.

Onze grootouders huiveren nog bij de verhalen over stempelen, werkloosheid, werkverschaffing; kunnen nog boos worden om de bezuinigingspolitiek van Colijn; het opkomend fascisme, de falende neutraliteitsgedachte.

Na de oorlog kregen de Dertiger Jaren het label van “de tijd die er niet had moeten zijn”; een stupide, naïef decennium

De tentoonstelling in de bunker van Koehoal besteedt dit jaar aandacht aan die Dertiger Jaren met de titel: Aan de vooravond. Maar het is zeker niet allemaal kommer en kwel, want dan doen we dit decennium te kort. Deze periode is ook de tijd van technische hoogstandjes zoals de Afsluitdijk, de Uiver. Fenomenale sportprestaties op de Olympische Spelen van 1936 werden geserveerd door Han Hollander. Heel Nederland, verzuild als het was, stemde af op de Bonte Dinsdagavondtrein, zong de liedjes van Louis Davids mee en schaterde om de grappen van Snip en Snap. De Waadhoeke komt onder anderen via dagboeken en interview van tijdgenoten ruim aan bod.

Er is dus (veel te veel) te zien en te horen op de tentoonstelling Aan de Vooravond. Wie meer achtergrondinformatie wenst kan voor een luttel bedrag het bijbehorende boek met verhalen en achtergrondinformatie via de mail bestellen. Daarmee krijgt men veel hyperlinks naar de besproken liedjes en radioredes.

Interesse: de deuren van de Bunker in Koehoal zijn geopend op 9 en 10 mei van 11.00 tot 17.00 uur.  

error: Bericht Beveiligd!